Hoe functioneel verval ontstaat
Volgens Isidro begint veroudering met een “progressief verlies van biologische competentie”. Hij onderscheidt drie stadia in het fysieke verval. In het eerste stadium neemt de rekruteringssnelheid van motorische units af (hoe snel het zenuwstelsel spiervezels kan inschakelen), wat belangrijk is voor snelle reacties. Daarna raakt de intermusculaire coördinatie verstoord. Het uiteindelijke stadium ontstaat als de functionele reserve slinkt, wat betekent dat het lichaam niet meer adequaat kan reageren op snelle veranderingen in de omgeving. Felipe Isidro citeert: “Wanneer de omgeving je vraagt te reageren, reageert je systeem niet meer.”
Die achteruitgang komt dus niet alleen door verlies van spiermassa. Zoals Isidro zegt: “Levensduur hangt niet alleen af van hoeveel spiermassa je hebt, maar het hangt ervan af of je die spieren snel kunt activeren wanneer het ertoe doet.” Het zwaartepunt moet dus liggen op het behouden van functionele capaciteit, niet alleen op spiergroei.
Functie eerst, uiterlijk later
Isidro is kritisch over veelvoorkomende trainingsmethodes die vooral gericht zijn op zweten of uitputting en geen oog hebben voor het behoud van functie. Hij merkt op dat de meeste mensen trainen om te zweten, maar dat “Traplopen als alternatief” biedt unieke fysiologische voordelen. Functiebehoud vraagt meer dan “comfortabele cardio” of “eindeloze reeksen tot falen”. Alleen door het doelbewust prikkelen van het zenuwstelsel blijft neuromusculaire competência bestaan.
Zonder echte intentie van snelheid in de propulsieve fase (de aandrijvende/concentrische beweging) of zonder belastingen die motorische eenheden met hoge drempel rekruteren, blijft de training hangen bij vermoeidheid en levert die weinig blijvende winst op. Hij vraagt retorisch: “Ben je je activiteit aan het behouden van neuromusculaire competentie of ben je alleen maar calorieën aan het verbranden?” Zijn stelling: je hebt een gerichtere aanpak nodig.
Zo train je voor neurale kwaliteit
Isidro stelt een trainingsprotocol voor gericht op “neurale kwaliteit”. Dat houdt in: kies 2,3 basale bewegingspatronen zoals squat, press en row. De focus ligt niet op uitputting, maar op maximale intentie van snelheid in de concentrische fase van elke beweging. Gebruik een belasting waarmee je technisch 10,12 herhalingen zou kunnen doen, maar voer in werkelijkheid slechts 5,6 herhalingen per set uit; dat stimuleert het zenuwstelsel effectief. Belangrijk daarbij zijn ruime rustpauzes van 2,3 volle minuten tussen de sets, zodat er echte neurale adaptatie kan optreden.
Dit voorgestelde protocol beklemtoont dat trainen een soort contract met je toekomst is: het gaat niet alleen om het hier en nu, maar om het behouden van functionele gezondheid en zelfstandigheid op de lange termijn. Zoals hij afsluit: “Als je het doet, doe het goed.”
De boodschap van Felipe Isidro kan onze kijk op ouderdom en fysieke training flink veranderen. Door anders te denken over ouder worden en te focussen op neurologische en functionele gezondheid, is de kans groter dat we langer zelfstandig en actief blijven.