Van telefoonkabels naar glasvezel
Oorspronkelijk waren deze kabels ontwikkeld voor telefonie, maar ze zijn uitgegroeid tot pijlers van intercontinentaal digitaal verkeer. Een bekend voorbeeld is de TAT-8: de eerste trans-Atlantische glasvezelkabel, gebouwd door AT&T, British Telecom en France Telecom. De kabel werd operationeel op 14 december 1988 en raakte al snel overbelast; de capaciteit was uitgeput na slechts 18 maanden. Tijdens haar actieve jaren zag de TAT-8 wereldgebeurtenissen zoals de val van de Berlijnse Muur en de opkomst van het World Wide Web. In 2002 werd ze buiten dienst gesteld.
Waarom kabels verwijderd en gerecycled worden
Als kabels verouderen of defect raken (zoals bij de TAT-8 door een onherstelbare fout), ontstaat de vraag hoe ruimte te maken voor toekomstige infrastructuur en hoe verouderde systemen te beheren. Hiervoor stappen gespecialiseerde bedrijven in. Subsea Environmental Services staat bijvoorbeeld bekend als koploper in het recyclen van onderzeese kabels. Samen met Mertech Marine, dat verantwoordelijk is voor de verwerking en recycling van materialen, en het schip Maasvliet, uitgerust met diesel-elektrische technologie, voeren ze de complexe operaties uit om kabels te lokaliseren, haken en te verwijderen.
Hoe kabels geborgen worden
Het verwijderen van onderzeese kabels is een nauwkeurige operatie die vraagt om gedetailleerde positioneringslijsten en exacte coördinaten, zoals bij de methodes van de Maasvliet. De operatie maakt gebruik van een “platte haak” of “pez plano” (een haakinrichting die vanaf het schip omlaag wordt gelaten) om de kabel op de zeebodem te vangen tijdens een manoeuvre zonder deze te beschadigen, bekend als de “snijvaart”. Het kan uren tot een hele dag duren voordat een kabel is geëxtraheerd en opgeborgen in de tanks van het schip.
Milieu en hergebruik van materialen
Onderzoeken van het National Oceanography Centre UK laten zien dat het verwijderen van oude kabels geen noemenswaardige ecologische schade veroorzaakt, omdat de meeste kabels niet door gevoelige mariene leefgebieden lopen. De grootste milieuvraagstukken hebben vaak meer te maken met de beweging van schepen dan met de kabelverwijdering zelf. Wat recycling betreft, levert het terugwinnen van hoogwaardig koper en staal duidelijke voordelen op. Polyethyleen wordt omgezet in plastics voor niet-voedselgebruik, terwijl glasvezel helaas weinig recyclebare waarde heeft.
Onderzeese kabels zijn niet alleen een technisch hoogstandje, maar ook een bewijs van menselijke samenwerking en innovatie. Hun levenscyclus, van installatie en gebruik tot verwijdering en recycling, weerspiegelt onze voortdurende behoefte aan ontwikkelende infrastructuur die de wereld met elkaar verbindt op manieren die we vroeger nauwelijks konden voorstellen. Terwijl technici en ingenieurs achter de schermen aan het werk blijven, blijven deze kabels onmisbaar voor onze moderne maatschappij en economie, en de cycli van gebruik en hergebruik vormen een belangrijk onderdeel van ons technologiebeheer.